Versterken van de ruimtelijke structuur van het stedelijk netwerk

Een goede ruimtelijke kwaliteit van Brabant is één van de belangrijkste randvoorwaarden voor het realiseren van een economische topregio met bijbehorend vestigingsklimaat. Daarom willen wij in BrabantStad hoogstedelijke allure creëren op strategische toplocaties in de steden en het groene karakter van de regio behouden en waar mogelijk versterken. We zien voor onszelf vooral een rol in het creëren van experimenteerruimte voor nieuwe oplossingen die de ruimtelijke kwaliteit van Brabant vergroten. Bijvoorbeeld door het benutten van vrijkomende locaties zoals militaire terreinen, kloostercomplexen, industriële en agrarische gebouwen voor creatieve invullingen.

Binnen deze ontwikkelopgave zien wij vooral kansen waar het gaat om de volgende twee thema’s:

  1. Ontwikkelen spoorzones Foto Boscotondocomplex Helmond

    Stationslocaties geven nieuwe energie. Het zijn plekken waar mensen samenkomen en nieuwe verbindingen gelegd worden in de samenleving. De spoorzones bieden de mogelijkheid om er gebieden van allure van te maken.

    De ontwikkeling van het Paleiskwartier van ’s-Hertogenbosch, van Strijp-S in Eindhoven, van de Spoorzones in Tilburg en Breda maar ook de ontwikkeling van de kanaalzone in Helmond zijn voorbeelden van gebieden waar wonen, werken en recreëren samenkomt en waar nog een potentieel aan (culturele) mogelijkheden op dit gebied openligt.

  2. Herkenbare steden en dorpen

    Kenmerkend voor BrabantStad als metropoolregio is dat het niet uit een aaneensluitend conglomeraat van stedelijke gebieden bestaat, maar uit afzonderlijk herkenbare steden en dorpen in een groene, landschappelijke omgeving.

    Wij willen dat de steden meer stedelijk worden, de dorpen dorpser en de groene open ruimten daartussen vrijhouden van verstedelijking. De dynamiek van de stad willen we aanwenden voor het vitaliseren van het landschap en de centrumfunctie van steden versterken voor de verzorging van de ommelanden. De aantrekkelijkheid van de steden wordt in belangrijke mate bepaald door de dooradering van het stedelijk gebied met beken, groenzones en stadsparken en de groenblauwe verbindingen met de grote landschappelijke eenheden.